Niet Reanimeren (of toch wel?)

Visies op leven en dood. In de zorg hebben we het er eigenlijk niet veel over en ik vraag me ook af, of er in de zorg überhaupt aandacht voor is. Gisteren met een collega hier uitgebreid over gesproken in het kader van een niet reanimeren beleid bij een islamitische patiënt. Dat ligt bij alle partijen gevoelig en daar dient secuur mee omgegaan te worden.

Ook als rouw en stervensbegeleider met een sjamanistische of andere spirituele achtergrond is het een uitdaging om rekening te houden met de levensovertuiging van de cliënt. Visies op de reis van de ziel of een visie wat nu precies leven en dood inhoudt, zijn zaken die op het moment van realisatie ineens een totaal andere vorm of betekenis kunnen krijgen.

Niet alleen bij mensen met een islamitische achtergrond, maar ook bij veel mensen van een christelijke achtergrond en soms ook mensen met een diep spirituele overtuiging, ligt een niet reanimeren gevoelig. Het is in de ogen van deze mensen niet aan de mens maar aan god of het universum, die beslist of een leven eindigt.

De discussie die ontstond met deze collega, was of het reanimeren niet tegen gods wil ingaat, daar de mens in kwestie overleden is en door het reanimatie team wordt teruggehaald. Boeiende ethische discussie. Wie dirigeert het concert des levens?

Ik grap wel eens dat als ik dood ga en mijn ziel toch inene voor de heilige petrus staat, hij mij wel even duidelijk maakt dat ik jarenlang het grote plan gods door de war heb gemaakt, door vele mensen van de doodslijst van de heer af te halen. (ik heb in de jaren dat ik op de CCU in Breda werkte de nodige reanimaties mogen beleven, soms twee achter elkaar)

Want dat blijft reanimeren. Je haalt dode mensen terug. Toen ik dit ooit met mijn eigen vader besprak (die had terminaal longkanker), zei ik hem: “soms opent de natuur een deur naar de dood en dan moet je daar gewoon doorgaan” Mensen die in een reanimatie setting terechtkomen, komen daarin terecht door een reden. Soms is dat makkelijk te verhelpen, vaak ook niet. En een niet reanimeren verklaring wordt vaak afgesproken als het lichaam zoveel onderliggend lijden heeft, dat reanimeren vaak alleen maar leidt tot meer lijden of dat het geen zin heeft.

Maar het is een ieders keuze. Zo zijn er lichamelijk en geestelijk gezonde mensen die gewoon sowieso niet gereanimeerd willen worden (daar neig ik steeds meer toe) en mensen die absoluut altijd gereanimeerd willen worden, ongeacht hun geestelijke en lichamelijke staat. Het gesprek hierover dient altijd secuur, open, duidelijk en met respect gevoerd te worden.

Gesprekken over de dood (wel of niet reanimeren) zijn gesprekken die regelmatig de grenzen van onze ethiek bereiken. Het is een uitdaging om daar secuur mee om te gaan…

(lees mijn boek ALS HET LICHT UITGAAT, voor verhalen over mijn ervaringen met patiënten en dood)

Een ziekmakende maatschappij

Is onze moderne manier van leven zo beschaafd? Ik krijg steeds meer het idee van niet. Wat is beschaving? Een wereld waarin de bevolking ongezond gemanipuleerd eten eet, waarin we gedwongen worden te werken voor een loon wat nauwelijks voorziet in de kosten van het leven.

Een maatschappij waarin de lucht, het water en de grond steeds giftiger worden. Een maatschappij waarin grond alleen maar iets waard is als er geld aan verdiend kan worden.

Een maatschappij waarin stress de ene na de andere ziekte veroorzaakt en een gros van de mensheid ongelukkig of depressief is. Een maatschappij waar eenzaamheid een steeds groter probleem wordt en de zorg voor de ouderen eigenlijk niet meer mogelijk is.

Is dat een beschaafde wereld. Ik denk soms dat we de wereld met een lege bril bekijken (blank betekend leeg en blijkbaar zijn veel witte mensen trots op die titel) en dat we denken dat onze manier van leven de enige juiste is. Gesterkt door een dominante totalitaire religie zoals het christendom, zijn we daar inderdaad steeds meer van overtuigd.

Feit is dat deze maatschappij ons op vele manieren ziek maakt. Wetenschap is heilig, ook al is er genoeg wat niet wetenschappelijk bewezen kan worden, wetenschap is de richtlijn geworden. Natuulijk hebben we veel te danken aan de wetenschap, maar net als met zoveel dingen, is de wetenschap zowel een vloek als een zegen.

In de gezondheidszorg is het leidend. Dat dezelfde wetenschappelijke gezondheidszorg voor een enorme vervuilende plasticberg zorgt, ach daar hebben we het niet over. Dat alle medicatie resten die we uitplassen en uitpoepen in het water terechtkomen en de natuur aantasten (antidepressiva zorgen ervoor dat vissen de lust tot paren verliezen, dat door hormonen vissen hormonaal ontregeld raken of dat door resten antibiotica bacteriën in het water resistent worden – slechts een klein voorbeeld). Onze wetenschappelijke medische wetenschap maakt aan de voorkant beter en aan de achterkant ziek.

Daarnaast is onze medische wetenschap vooral bezig met symptoom bestrijding, vaak worden de verschijnselen behandeld en niet de oorzaak. Natuulijk niet, want aan die oorzaak wordt geld verdient.

Onze maatschappij is ziek en heeft nauwelijks meer enige vorm van zelfreflectie. Dat maakt hem jammer genoeg nog zieker.

Een oplossing zie ik echter helaas nog niet.

De Zwarte Slang

Schaduwwerk is een populair begrip. Ik lees regelmatig over mensen die schaduwwerk doen, echter wat ze er precies mee bedoelen is mij vaak onduidelijk. Schaduwwerk werkt met die kanten van het zelf, die verborgen zijn of blijven in de schaduw. Vaak gaat men ervan uit dat deze kanten uit diezelfde schaduw gehaald dienen te worden om dan in positieve zin gebruikt te worden. Dit is een mooi voornemen. Het doet me denken aan de kaart ‘Kracht’ uit de Tarot. In de oorspronkelijke nummering is dit kaart 11 en 11 kunnen we lezen als ik en ik – ik tegen ik – ik met ik. Het idee is natuurlijk prachtig. Je temt het beest in jezelf en laat het voor je werken. Die eigenschappen die je weg naar vervulling in de weg staan, ga je juist inzetten om die weg nog beter op te gaan.

De realiteit is soms echter wat weerbarstiger. Tijdens een oefening dit jaar tijdens een training, gingen we op zoek naar die schaduwkant, die kant die verborgen in onszelf zit, bewust of onbewust. Het werd de oefening van de Zwarte Slang genoemd, in een trance moesten we op zoek gaan naar de Zwarte Slang die verborgen zit in ons, oftewel op zoek naar die schaduw in onszelf.

Mijn Zwarte Slang kwam al vlug tevoorschijn. Er waren mensen in de groep die als volleerde tv indianen aan het ronddansen waren en dito geluiden maken, hard stampend op de grond, lieten ze een kant zien, die we bij elke oefening zagen. Welke oefening we ook deden, zij deden hun ding op dezelfde manier, fonetisch gillen en stampend ronddansen. Hun goed recht overigens, iedereen heeft zijn eigen methode, echter mijn Zwarte Slang kan daar niet tegen en bestempeld deze mensen als aanstellers en ergert zich daar dood aan. Mijn Zwarte Slang wilde ze te lijf gaan. Uitschelden. Een diep gevoel van haat en geweld kwam over mij heen. Ik voelde me veranderen. Uit voorzorg heb ik mezelf uit trance gehaald en heb ik mijn Zwarte Slang weer teruggebracht naar waar hij was.

Ik heb deze kant van mij al lang geleden gezien en ik weet dat hij in mij zit. Vind ik dat erg, regelmatig wel. Ik weet ook hoe ik deze eigenschap van mij kan inzetten en ik weet ook wanneer hij de kop op kan steken. Ik heb vervelende dingen gedaan onder invloed van deze eigenschap, van deze Zwarte Slang. Is dit dan een zogenaamde negatieve eigenschap? In zekere zin wel, vaak brengt hij chaos, verwarring, onbegrip en na afloop verdriet. In positieve zin zou je kunnen zeggen, dat deze Zwarte Slang mij de vechtlust levert die ik zo af en toe nodig heb.

Wat ik zelf tijdens deze oefening heb geleerd, is dat je voorzichtig moet zijn, met het opwekken van een Zwarte Slang. Veel mensen hebben deze natuurlijk, maar soms kan deze Slang ook daadwerkelijk gevaarlijk zijn voor zowel de cliënt als de sjamaan/heks/schaduwwerker die hem oproept of laat oproepen. Weet wat je doet, is mijn devies. Zelf werk ik regelmatig met mensen die in andere realiteiten verblijven en daardoor erg agressief kunnen zijn. Schaduwwerk is secuur werk, waar je een hoge mate van menselijk en geestelijk inzicht nodig hebt. Er zijn mensen die niet zoals ik, die Zwarte Slang in toom kunnen houden. En dan moet je weten wat je moet doen.

In mijn boek Abattoir Rouge vertel ik over het gevecht met mijn Zwarte Slang en beschrijf ik hoe men hun donkere schaduw op diverse manieren kan inzetten. Dit boek is te bestellen via amazon.nl.

De Waarheid Zien

Zo’n anderhalf jaar geleden had ik een gesprek met een mede RunenLeraar en we hadden het over Vaderlijke energie en Suriname en nog wat van die zaken. Deze OerLimburger raadde me het boek VADER AARDE en de Aardse Taal aan, een boek over een man die naar Suriname gaat om te leren met de Aarde te praten. Het boek was moeilijk te krijgen en na wat zoeken, vond ik een betaalbaar exemplaar, bestelde het en zette het in mijn kast voor later.

Ik werk ook als verpleegkundige in een Ziekenhuis, in de nabijheid van Amsterdam en bij ons op de de afdeling werd een bekende zanger opgenomen. Het ging niet goed met hem en hij verbleef tot aan zijn dood bij ons. Deze zanger woonde aan de andere kant van Amsterdam en kwam op onze afdeling terecht, omdat er in zijn eigen ziekenhuis op dat moment geen plek was. Ik kende deze zanger van naam, maar was nooit echt groot fan van zijn muziek. Hij was enige jaren jonger als ik en zijn hits had hij toen ik net klaar was met school. Ik kon nog wel herinneren dat ik hem heb zien optreden bij Countdown, een muziekprogramma, toonaangevend, op Veronica, voordat deze commercieel ging.

De moeder van mijn dochters had één of meerdere singles van deze zanger en vond de muziek leuk, mijn huidige partner, Rachel, was naar zijn afscheidsconcert geweest, dus ik had de naam wel eens horen vallen en had ook wel wat verhalen gehoord. Hij was een bekende in de Inheemse Surinaamse gemeenschap en was ook regelmatig op Kwaku aanwezig op de inheemse dag.

Enige vrienden en kennissen uit de Surinaams Inheemse gemeenschap kenden hem goed, dat wist ik en dat maakte dat ik ook wel nieuwsgierig naar de man werd. Enige keren heb ik de zorg voor hem gehad en op rustige momenten heb ik hem wel eens opgezocht. Ik heb een paar keer tijdens rustige diensten bij hem aan tafel gezeten (communicatie ging heel lastig) en hebben we met handen en voeten gesprekken gevoerd. Wat mij opviel is dat hij erg geïnteresseerd was in anderen en ook al gingen de gesprekken van de hak op de tak, we spraken toch gepassioneerd over muziek, de sambura en de nodige vluchtige actuele zaken die nodig waren voor de dagelijkse zorg. Een paar keer ben ik met hem over de afdeling gelopen. Helaas was hij erg ziek en heeft hij de afdeling niet levend verlaten.

Op het INGI DEY festival in Hoogvliet kwam ik twee vriendinnen tegen, de één was familie van deze man geweest, de ander een goede vriendin. Toen ik hen vertelde dat ik voor hem gezorgd had, werden ze beiden heel gelukkig. Ze vonden het mooi en waren gerustgesteld dat ik er voor hem was geweest. Dit was in de ogen van beiden geen toeval geweest en ze waren diep ontroerd, dat zag ik in hun ogen. Dit raakte me diep.

Vandaag stond ik voor mijn boekenkast in mijn woonkamer, waar wat boeken staan, de meesten staan boven in mijn bibliotheek. Ik zocht eigenlijk iets anders, weet niet eens meer wat, toen mijn oog op VADER AARDE viel. Ik pakte het uit de boekenkast en begon het te lezen. Het ging inderdaad over een witte Nederlander die naar Suriname ging om bij de Marrons te leren contact te maken met de taal van de aarde. Aldaar leert hij van Mama te luisteren en te herkennen, iets wat hem moeilijk afgaat.

Hij krijgt van een man in paramaribo het recept van de niersteenvergruizer, de namen van zeven kruiden die daarvoor nodig zijn. De man zegt hem ook dat de gemeenschap van Mama die kwijt is geraakt. Later vindt een meisje in een dorp nabij het dorp van Mama kruiden die nieuw voor haar zijn. Een oude man uit een ander dorp herkent de kruiden als de niersteenvergruizer en dan toont de hoofdpersoon, de schrijver van het boek, zijn papiertje met de namen van deze kruiden. Mama en de andere dorpsgenoten zien dit als een boodschap van Gadu. Hij vraagt haar hoe ze dat zo zeker weet. Zij zegt hem, het is toch gebeurt, dus is het toch waar….

De hoofdpersoon moet dit accepteren. Als het gebeurt is het waar. Geen speld tussen te krijgen, eenvoudig en simpel en waarom is dit dan zo moeilijk te accepteren. Datzelfde dilemma heb ik nu. Het ziekenhuis in Amsterdam was vol, zanger komt naar het ziekenhuis waar ik werk. Ik zorg voor hem. Ik heb vrienden en kennissen die hem kennen, die blij zijn dat ik voor hem heb gezorgd en nu lees ik dit in een boek over Suriname. Accepteer dat het is zoals het is. Als het gebeurt is het waar.

Het is een leerproces om zo naar het leven te kijken. Zien wat er gebeurt en zien wat het wil zeggen. Zo herken je het proces. Durf te zeggen dat mijn vriend de RunenLeraar dit boek met een hogere reden aanraadde, dat ik het inderdaad moest kopen. Dat het voorbestemd was dat de zanger naar mijn ziekenhuis kwam, omdat ik hem moest ontmoeten, omdat dit moest gebeuren. Dat ik het boek juist vandaag pak om te lezen wat ik moest lezen. En ja!, het is gebeurd. Dus het is waar.

Deze ervaring kwam zo diep bij mij binnen, dat ik er tranen van in mijn ogen kreeg.

Hoe Oya leidde tot een nieuwe release op mijn Bandcamp Netlabel

Hoe de liefde voor een Godin, een magische verre diepe vriendschap tot stand kwam. Zo’n 100 jaar geleden..ik overdrijf, het zijn er zo’n klein 20 (het lijkt zo lang geleden, een fase uit een ander leven zelfs), bracht ik mijn eerste Kristus Kut release ‘I’ uit, met daarop een nummer met nummer over de Orisha Oya, getiteld ’the Thief of Life’ verwijzend naar het aspect van Oya wat de ziel van de mens meeneemt op zijn laatste ademzucht. Gezegd wordt dat de ziel van de mens met zijn laatste uitademing op de wind van Oya meereist naar haar dodenrijk, want daar is zij immers de koningin van.

Er leefde toen in Cadwell NC USA een buikdanseres die dit nummer al snel te horen kreeg. Ik weet niet eens meer hoe of wat, maar ze hoorde het en raakte er in de ban van. Zij had net zoals ik ook iets met Oya. Ze zocht contact met mij, of had ze dit al en wist ze daardoor van dit nummer, ik weet het niet meer. Het waren de dagen van Myspace en het nummer heeft een tijdje in mijn speler gestaan.

Ze heeft op dit nummer buikdansen uitgevoerd en daar begon onze conversatie mee, Oya en buikdansen. We waren in die tijd allebei wat ruig, al vertelden we elkaar dat we vroeger nog ruiger waren. Door de jaren heen wisselden we ervaringen uit over het leven en deelden we het nodige lief en leed. Zij had grote bewondering voor hoe ik van Kristus Kut transformeerde naar de helende mens die ik nu ben. Als dank heeft zij mij ooit stenen opgestuurd, die nu in de Bezemsprongringen van Rachel en mij zitten. (de stenen zijn van een vriendin van mij, de ringen zijn gemaakt door een vriendin van Rachel, het perfecte trouwsymbool)

We chatten nog immer regelmatig en we bellen soms ook. Ook zij is getransformeerd, van moeder tot grootmoeder, van wildebras tot verzorgende. En ook zij is zich gaan verdiepen in de kunst van het helen. Via Reiki kwam zij tot de helende aspecten van klank. En nu komt het: Haar eerste release met helende klanken zal gemanifesteerd worden met een plek op mijn netlabel www.hetdonkseoog.bandcamp.com . De tracks staan er al op, we zijn nu bezig met het artwork en zodra dat klaar is, laat ik het op de wereld los. Ik vind het magisch dat zij mij het vertrouwen geeft, dat ik goed met haar tracks zal omgaan. Daarnaast hoop ik dat jullie het massaal gaan beluisteren en de naam Alison Simmons voor altijd onthouden als de Helende Geluidskunstenaar uit Lenoir North Carolina USA.

de Kop is eraf. Het boek Goddelijke Klanken gaat komen

De kop is eraf. De eerste tientallen bladzijdes zijn een feit. Mijn boek Goddelijke Klanken begint vorm te krijgen. Was er al diverse keren aan begonnen, maar kreeg nooit de vorm goed. Nu ben ik begonnen met het beschrijven van hoe ik mijn drum gebruik als sjamanistisch instrument en heb ik bijvoorbeeld de technieken van de TranceReis beschreven. Best een werk als je dat goed wilt doen en dat leverde al behoorlijk wat pagina’s op en dan moeten de klankschalen, de gongs, de fluiten en de maraka’s nog volgen. En niet te vergeten onze oceandrum en koshi’s en en en en en en en en…

En natuurlijk aangevuld met bijzondere avonturen uit mijn persoonlijke beleving. Ik werk al meer dan 50 jaar met klank, dus ik heb wel het nodige te vertellen.

Wordt nog een hele uitdaging om het kort en bondig te houden.

Onderstaand een foto uit het later dit jaar te verschijnen boek Goddelijke Klanken

Kerstgedachte

Ik heb niet veel met kerstmis. De tijd heeft het voor mij erg beladen geraakt, met de nodige erg vervelende herinneringen.

Echter als ik eerlijk ben, moet ik wel zeggen dat ik wat bijzondere herinneringen heb. Als kind heb ik mogen zien en ervaren, dat een kerstboom voor mijn vader en ook voor mijn moeder, erg belangrijk was.

De boom op de foto is de boom zoals die stond toen we in België in een riante villa woonden, die bovenop een heuvel stond, temidden van de weilanden. In deze boom hingen diverse bijzondere kerstballen. Die waren gekocht in een sjiek warenhuis in Brussel. Tijdens een kerst markt aldaar had mijn vader zijn bijzondere dromedaris en kameel gekocht voor zijn kerststal. Op deze markt kon je de beeldjes los kopen. Ook heeft mijn vader hier zijn schapenkudde enorm uitgebreid. “een kudde schapen is een kudde schapen” zei hij altijd. Onze kerststal was dus echt enorm dik bevolkt door schapen. Op deze markt kochten we ook enige speciale kerstballen, ik mocht er ook één uitzoeken. Ik koos voor een kerstbal in de vorm van een blauwe kat. Prachtig vormgegeven, met een staartje van stof.

We hadden in die tijd ook een echte kat. Een ruige wilde kat, luisterend naar de naam Hommel. In de nacht, toen wij allen sliepen, zag hij zijn kans schoon en sprong hij in de boom, waardoor deze natuurlijk viel.

Bij het opstaan ontdekten we de ravage in de woonkamer. Gelukkig waren alle kerstballen nog heel. Behalve die van mij natuurlijk. Ik heb het vermoeden dat Hommel geen concurrentie dulde. Ik huilde tranen met tuiten. Mijn mooie kerstbal. Mijn moeder en vader reden met mij weer naar Brussel. Daar mocht ik een nieuwe uitkiezen. Natuurlijk hadden ze die mooie blauwe kat niet meer, de ballen waren immers uniek. Wel hadden ze nog een soort leeuw. Die koos ik uit.

De dag erna lag de boom weer op zijn kant, maar nu was mijn leeuw heel. Mijn vader heeft toen de stam van de boom aan diverse buizen met touwen gefixeerd, zodat Hommel hem niet nog een keer kon omgooien.

Een ander verhaal over kerstbomen. Eigenlijk is dit het verhaal wat ik wilde schrijven, het bovenstaande ontstond omdat ik een foto vond van de kerstboom in ons huis in Everberg Belgie, de boom waar de kat in was gesprongen.

Nee het verhaal wat ik wilde en ga schrijven gaat over onze eerste kerst in Breda. Een periode vol geklus en een huis wat vol stond met dozen en bouwmaterialen. Onze woonkamer was af, de rest van het huis nog niet. (en toen het vorig jaar verkocht werd, nog steeds niet)

Mijn moeder had een kerstboom gekocht. Een standaard boom, van zo’n anderhalve meter hoog. Mijn vader vond het maar niets, de woonkamer was viereneenhalve meter hoog en de boom stond daar maar verloren vond hij.

Op de dag van kerstavond ging hij de laatste boodschappen doen. Hij bleef lang weg. Heel lang. Toen hij terugkwam snapten we waarom. Hij had een boom gekocht, een restboom, overschot, een boom die niet verkocht werd. Hij had er bijna niets voor betaald. De boom was groot, heel groot. Mijn vader heeft in de hal van het huis enige meters ervan af moeten zagen en de onderste takken verwijderd om deze boom het huis in te krijgen. De onderste takken waren zo wijd, dat hij niet door de voordeur kon. De boom was ook zo lang, dat hij de bocht van de hal naar de woonkamer niet kon maken. (we woonden toen in een groot herenhuis aan een sjieke laan). Toen de boom eindelijk in de woonkamer stond, bleek hij te hoog voor de kamer. De top boog af tegen het plafond, de piek werd op een zijtak van de top gezet. De afgezaagde takken werden als versiering door de woon en middenkamer gehangen, waardoor die muren bedekt werden door dennentakken, het huis werd van binnen groen. Mijn vader was die avond uren bezig met het hangen en versieren van de takken. Het was het enige jaar dat er dus twee kerstbomen in de woonkamer stonden. Die van mijn moeder op een tafeltje in de hoek naast de schoorsteen en die van mijn vader naast het raam aan de voorkant op de vloer, met de top afbuigend tegen het plafond. Overal lagen en hingen takken. Er waren er teveel over om op te hangen. Mijn vader heeft ze ook nog weggegeven aan kennissen die langskwamen om te kijken waar mijn vader mee bezig was. (de voordeur heeft een tijd open gestaan omdat dus de boom aanvankelijk het huis niet inkon, en mijn vader was enorm in de weer met zaag en bijl)

Mijn moeder heeft diverse zuchten gelaten die kerstavond, maar mijn vader was enorm gelukkig met zijn enorme boom.

Ja dat was nog eens een avond om nooit te vergeten.

Quick Fix

Op mijn werk heb ik regelmatig de ervaring dat mensen even naar een bewakings monitor kijken en dan geloven dat ze weten dat het of goed of niet goed is. Als ik dan uitleg dat het niet alleen de getallen zijn, maar ook de vorm van de grafieken en de samenhang van de getallen en dat het niet altijd alleen om de getallen gaat, merk ik dat mensen denken dat het eenvoudig is om hartritmes, bloeddrukcurves en bloeddruk getallen, saturaties curves en saturatie getallen te duiden. Als je het weet, dan is het meestal eenvoudi, maar soms moeten wij als CCU/IC verpleegkundigen toch ook regelmatig even met elkaar overleggen. Het is een totaal plaatje van observatie patient, lab uitslagen, voorgeschiedenis, curves op de monitor, getallen en de ondersteuning die eventueel geboden wordt. Ik had vroeger een collega die zulke mensen altijd lief antwoordde dat we daar enige jaren voor hadden gestudeerd en dat het moeilijk is om dit in een paar regels samen te vatten.

Zo ook met de spirituele werkzaamheden waar Rachel en ik ons mee bezig houden. Het is een levenswerk en Rachel en ik zijn de 50 nu reeds voorbij. Ik ga even voor mijzelf praten, ik ben grootgebracht in een omgeving waar het religieuze/mystieke/spirituele centraal stond. Dit betekend dat ik 58 jaar al bezig ben met het contact maken met het Goddelijke. Ik ben ruim 40 jaar bezig met het produceren en maken van klanken en het schrijven van verhalen en gedichten. Elke dag lees ik artikelen, boeken, heb ik overleg met anderen, gesprekken met vrienden kennissen over dit soort zaken en elke dag probeer ik een half uur tot veel langer in meditatie te gaan om de stilte in mijzelf te ervaren en het contact te maken met het hogere. Elke dag zing ik liederen die ik of op dat moment binnenkrijg of die ik al eerder gemaakt heb. Elke dag ben ik bezig met het verwerken van kennis in praktische zaken.

En daarnaast volg ik regelmatig cursussen, workshops, bezoek ik lezingen en neem ik deel aan rituelen/ceremonies die anderen organiseren. Ik ben heel toegewijd en veel tijd en geld gaat op in het verkrijgen van kennis en ervaring. Rachel is ook dagelijks bezig met haar Yoga en Kaarsen, dingen opzoeken, artikelen lezen, nieuwe inzichten bestuderen, lessen bezoeken, workshops bijwonen informatie uitwerken, Wat ik als Zielenman maak en doe en wat Rachel en ik met YslashY neerzetten, is een verlengstuk van de visie en manier waarop wij leven. Ik ben een Zielenman, Rachel is een YogaTeacher en wij zijn YslashY.

Daarom is het soms bijzonder dat ik mensen tegenkom die denken dat het een soort quick fix is. Neen. De diepte die ik momenteel gevonden/bereikt heb, dat verkrijg je niet in een paar lessen. Daar is tijd voor nodig. En ja, iedereen kan dit verkrijgen en nog wel dieper ook, maar dat kost tijd, energie en geld. De mensen die ik ken waar ik mee overleg, zijn er net zoals ik elke dag mee bezig en hun huizen puilen ook uit van de boeken. Of ze lezen zich blauw aan pdf’s en kijken veel lezingen op youtube en/of reizen veel rond en bezoeken heilige plaatsen en nemen deel aan rituelen/ceremonies.

Nieuwsgierig zijn is een kernwoord. Luisteren naar een ander. Mensen die dit niet kunnen zijn per definitie niet geschikt voor dit werk. Luisteren, invoelen en empathie zijn kernwoorden als je als spiritueel werker wilt werken.

Ik wilde een ander verhaal schrijven. Ik denk dat het komt door het tijdstip (voor hen die vrezen voor mijn nachtrust, ik was voor de tv in slaap gevallen, heb enige uren geslapen, ben vervolgens buiten een uur in meditatie gegaan in combinatie met mijn cacao moment en ga nu verder met mijn nachtrust, in bed dit keer). Wel wil ik nog even delen wat tijdens mijn meditatie binnenkwam.

“Gooi de speer die nooit mist” Letterlijk de chant die zo bij mij binnenkwam. Orakeltaal. Een verwijzing naar Gungir, de speer van Odin? Ik laat het aan u. Ik wil het nogmaals met jullie delen. De wijsheid van deze dag

“Gooi de speer die nooit mist”

wat zegt het u?

Patient

Hij deed me denken aan een boek van Asterix, ik weet helaas niet meer welke, maar daarin zitten Asterix en zijn vrienden in een cel en iedere keer breken zij de celdeur om iets te vragen aan de romijnse cipier, die uiteindelijk wanhopig schreeuwt of zij die deur eindelijk eens heel kunnen laten.

Het begon al op de brancard terwijl hij binnen werd gebracht. Terwijl de ambulance verpleegkundige mij een korte overdracht gaf over de lichamelijke klachten die deze man had gehad, keurde hij zelf op zijn telefoon de achterwerken van gebruinde dames in een miniscuul bikini broekje. Hij was hier zo mee bezig dat hij niet doorhad, dat er van hem verwacht werd op het bed van ons plaats te nemen.

Een kort moment later vroeg mijn collega of ik deze man weer in beeld op onze monitor kon krijgen, waarschijnlijk zat er een stekkertje los van de ecg kabel. Ik liep naar de kamer van deze man en moest constateren dat het bed leeg was. De kabels en het infuus, met wat bloed spatten en slierten lagen verloren op het lege bed. Hij moest plassen en was naar het toilet gelopen. Voor het gemak had hij alles even los gemaakt, ook het infuus had hij maar even uit zijn arm getrokken.

Ik drukte hem nadrukkelijk op zijn borst dat hij in bed of in ieder geval op de kamer moest blijven. Dat hij hier was ter observatie en dat hij ons moest bellen via de patienten bel als hij iets nodig had.

Even later kwam ik hem tegen op de gang. De ecg kabel sleepte achter hem aan. Deze was uit het apparaat getrokken. Of hier ook een dranken automaat was….

En zo ging het nog een paar keer door.

Sommige mensen zijn niet gemaakt voor een ziekenhuis…

Ook Jonkies gaan Dood

In een korte periode maakte ik op de IC mee dat er drie jonge vrouwen overleden. Als ik het goed heb was het binnen een maand, kan ook twee maanden zijn, maar in mijn beleving ging het achter elkaar.

De eerste was een meisje van 19. Ging naar  haar werk. Viel neer. Werd gereanimeerd, werd naar onze IC gebracht en overleed. Ik was er zelf direct niet eens bij betrokken. Gebeurde allemaal aan het begin van de IC en ik werkte die dag aan het einde van de gang. Echter toen deze jongedame naar het mortuarium gebracht moest worden, werd ik gevraagd om mee te gaan. Zoals al onze overledenen was ze keurig in laken gerold, echter bij het overschuiven van bed naar de brancard van de koelcel viel het laken van haar voetjes en kwam er een klein fragiel voetje tevoorschijn. Groene nagellak met zorg aan gebracht op de nagels. Dit kleine voorval maakte op mij een enorme indruk. Mijn dochter was net zo oud. Haar teennagels waren ook gelakt. Nu ik erbij nadacht, mijn dochter was ook net zo lang en had ongeveer hetzelfde postuur. Ineens drong het tot me door dat dit meisje ook een vader en een moeder had. Hoe zou ik reageren als ik zou horen dat mijn dochter op het werk onderuit gegaan was en overleden? Dit tedere voetje was gelijk een voet tussen de deur. Even kon ik werk en privé niet gescheiden houden.

Kort daarop een reanimatie bij een pools meisje van 16 wat onderweg was op de fiets naar haar werk. Was een lange reanimatie, eigenlijk zonder resultaat. We kregen het hart niet opgang. We kregen soms wel even ritme, soms zelfs wat langer, maar er was geen hartslag. Het hart had wel een ritme, maar de spier zelf stond stil. Er was geen pols. Besloten werd om haar aan de ECMO te leggen. Een machine die de long en hartfunctie overneemt. Het zal geen verrassing zijn als ik u vertel dat dit uiteindelijk niet echt kon baten. Ook deze jongedame zou nooit meer op haar werk aankomen. Ouders in Polen, taalproblemen, geen prettige casus. Eerlijk is eerlijk, na de reanimatie heb ik niet meer voor haar gezorgd. Toen besloten werd haar behandeling te stoppen, heb ik daar niets van meegekregen.

Toen de overtreffende trap. Een jonge vrouw van 22. Postnatale zwangerschaps depressie. Ze zag het even niet meer zitten, slikte het pakje anti jicht pillen van haar echtgenoot en kreeg spijt. Echter dit middel gaat direct uit de bloedbaan de cel in en sloopt daar langzaam doch gestaag de celinhoud. Een onomkeerbaar proces. Sterven zou 8 dagen duren. Zo ongeveer. Toen ik de zorg over haar kreeg was ze net geintubeerd en werd ze kunstmatig beademd. Wel was ze nog bij kennis. De wanhoop in die ogen zal ik nooit vergeten. Daar lig je dan. 22,  net moeder, kindje van 3,5 maanden met de wetenschap dat je dood gaat. Bijkomend probleem was dat ze Islamitisch was. In de Islam is zelfmoord een zonde. Wij mochten tegen niemand zeggen wat er nu precies aan de hand was. Dat was verschrikkelijk. Kan het niet anders verwoorden. Alleen de echtgenoot en een nicht wisten het en die hadden ons verboden dat met anderen te delen. Zelf had ze dat ook aangegeven voordat ze geïntubeerd werd. Ik speelde toneel tegenover familie en kennissen. Vertellen dat wij ook niet precies wisten wat er aan de hand was. Echtgenoot kon het niet aanzien. Kwam niet op bezoek. Ik merkte echter dat zij hem wilde zien. Ik weet niet meer hoe, maar uiteindelijk kwam hij naar de IC en kwam hij de box op. Ik sprak even met hem over de zeer waarschijnlijke fatale aanloop die eraan kwam. Hij liep naar haar bed. Zij keek hem aan. Hij keek haar aan. Ze pakten elkaars hand. Ik zag de liefde en de wanhoop overvliegen. Nooit meer heb ik zulke wanhoop gezien in twee paar ogen die elkaar aankeken. Ik had mijn arm gegeven om haar te kunnen redden op dat moment. Hij kon niet spreken. Ze keken elkaar enige minuten aan. De handen stevig vast.  Dit zijn van die momenten dat ik zeker weet dat God niet bestaat. Dit is voor mij een soort sadisme op een uitzonderlijk hoog niveau. Nadat zij weer in slaap was gezakt liet hij haar hand los en kwam naar mij toe. “Wat moet ik nu?” vroeg hij mij huilend. Ik wist het ook niet. Ik vocht zelf tegen de tranen. Ik had zo met deze twee  mensen te doen.

De dag erna was zij niet meer aanspreekbaar. De dagen die erop volgden viel haar lichaam langzaam uit elkaar. Labwaarden met waardes die ik nog nooit gezien had en daarna ook niet meer gezien heb. Haar lichaam raakte bezaaid met blauwe plekken. En inderdaad, na 6 dagen overleed ze. Familie legde haar af. Ik was blij. Ik wilde haar niet afleggen. Normaal heb ik er geen moeite mee, maar nu wel. Het was het meest akelige lijk wat ik ooit gezien heb. En ik heb er toch best wel een hoop gezien. Dit voorval, voorgewerkt door de andere twee jongedames brachten bij mij het bewijs dat ik vond dat mijn werk bestond uit het ontnemen van hoop bij mensen. Altijd maar waarschuwen dat het fataal kan aflopen en het het gevoel dat het toch niets uitmaakt wat we doen, ze gaan toch wel dood. Ik voelde me nutteloos. Ik zat niet in een burn-out of overspannen fase, ik was mezelf en mijn werk aan het evalueren. Waarom deed ik dit werk ook al weer? Ik was het even kwijt…..

Kort daarop ging ik voor een paar dagen naar onze andere locatie. Alwaar ons vrouw kind centrum stond. Ik weet nog goed dat ik in de nachtdienst een patient kreeg die bij ons kwam uitslapen na een keizersnede. De baby en de vader kwamen mee. Er was blijdschap. Het eerste kind. Positieve energie. Ik genoot van die uitgelatenheid. Ik kon ook helpen met de eerste keer aanleggen. Ervaringen delen. Dit was hetgeen ik even nodig had. Het gevoel iets te doen wat er toe deed. Even geen dood en verderf om me heen. Hierna heb ik dat gevoel van nutteloosheid nooit meer ervaren en ik ben nu toch al weer heel wat jaren verder. Toch weet ik dat ik de jonge moeder van 22 altijd bij me zal dragen. Dat is zo’n patient die je nooit vergeet. Zo’n patient waar je op het moment van sterven nog aan denkt. Dit klinkt zwaar. Dat is het ook. Dit soort momenten relativeren het leven. Hoe erg het ook is. Het kan echt altijd veel erger.